Het probleem van
de positievenlijst
Positievenlijst voor huisdieren
/pɔziˈtivə(n)lɪst voːr ˈɦœysdiːrən/
zelfstandig naamwoord
Een lijst met diersoorten die als huisdier gehouden mogen worden, waarbij alle soorten die niet op de lijst staan verboden zijn of anderszins gereguleerd worden.
Over de hele wereld zorgen positievenlijsten voor huisdieren voor felle discussies tussen dierenhouders, lobbyorganisaties en beleidsmakers.
Een positievenlijst beperkt het houden van huisdieren tot een kleine selectie van soorten, terwijl alle andere soorten die niet op de goedgekeurde lijst staan automatisch verboden zijn. Voorstanders stellen vaak dat dergelijke lijsten helpen bij het beheersen van invasieve soorten, het beschermen van de volksgezondheid en het verbeteren van het dierenwelzijn. Het bewijs ter ondersteuning van deze beweringen is echter op zijn best twijfelachtig en vaker zelfs volledig afwezig. Bovendien werken positievenlijsten in de praktijk niet, aldus dr. Martin Singheiser van de Bundesverband für fachgerechten Natur-, Tier- und Artenschutz e.V. (BNA), een organisatie die Duitse beleidsmakers adviseert.
Dr. Singheiser verwoordt het duidelijk:
‘We zien geen positieve effecten in de landen waar positievenlijsten zijn ingevoerd. En er is geen bewijs uit deze landen dat ze het dierenwelzijn, soortenbescherming, de bestrijding van invasieve soorten of het beheer van zoönotische ziekten verbeteren.’
Samenvatting
Positievenlijsten beperken het houden van huisdieren tot een vastgestelde groep toegestane soorten, terwijl alle andere soorten worden verboden. Voorstanders stellen dat deze lijsten het dierenwelzijn verbeteren, invasieve soorten beheersen en de volksgezondheid beschermen, maar bewijs uit bestaande systemen laat zien dat zij deze doelen niet bereiken. Lijsten in België en Nederland zijn vernietigd of bekritiseerd vanwege het ontbreken van een wetenschappelijke basis, en handhaving blijkt in de praktijk zwak of afwezig. Er zijn geen duidelijke gegevens die aantonen dat positievenlijsten het dierenwelzijn verbeteren, en zij kunnen welzijn en natuurbescherming juist schaden door houderschap ondergronds te drijven, langdurige populaties in gevangenschap te laten verdwijnen en de groep ervaren houders te verkleinen die bijdraagt aan kennis over verzorging. In plaats van algemene soortenverboden worden gerichte, wetenschappelijk onderbouwde regulering, betere handhaving van bestaande wetgeving en verbeterde educatie van houders gepresenteerd als effectievere maatregelen.
Gebrek aan bewijs en wetenschappelijke onderbouwing
De campagne voor positievenlijsten vindt haar oorsprong in ideologieën van dierenbevrijding en wordt vaak aangejaagd door lobbyorganisaties die openlijk streven naar het volledig beëindigen van het houden van dieren door particulieren. Binnen die context is elke beperking op het houden van huisdieren een stap dichter bij een algemeen verbod. Een positievenlijst is, zo waarschuwt dr. Singheiser, ‘slechts het begin’, zelfs wanneer zij het risico loopt de problemen die zij zegt aan te pakken juist te verergeren.
De positievenlijsten die momenteel wereldwijd van kracht zijn, leveren weinig bemoedigende resultaten op en er is nauwelijks bewijs dat dit model effectief is. Zo kreeg de positievenlijst in het Belgische gewest Wallonië langdurige kritiek en werd deze door de Belgische rechter vernietigd omdat zij de vrijheden van houders en bedrijven onevenredig beperkte. In Nederland is een positievenlijst al drie keer juridisch vernietigd wegens een gebrek aan wetenschappelijke onderbouwing, waarbij ook de meest recente versie opnieuw wordt aangevochten bij de rechter.
De Nederlandse positievenlijst
‘De Nederlandse positievenlijst voor zoogdieren (en binnenkort ook reptielen) is niet gebaseerd op wetenschap en wordt sterk beïnvloed door dierenrechtenactivisten. Cruciaal is dat zij niets doet om het dierenwelzijn te verbeteren. De risicoanalyse negeert het feit dat veel soorten al decennialang met uitstekend welzijn worden gehouden, en gaat voorbij aan hoe onwaarschijnlijk de daadwerkelijke risico’s zijn. Daarnaast maakt een positievenlijst het moeilijker om ex-situ-bescherming toe te passen voor soorten die in het wild bedreigd zijn.
Dat is slecht nieuws voor de soorten zelf, hun welzijn en hun houders.’
- Floris Visser, Stichting Platform Verantwoord Huisdierenbezit (PVH)
Verschillende landen met positievenlijstwetgeving zijn er niet in geslaagd om lijsten van toegestane soorten op te stellen die coherent of wetenschappelijk verdedigbaar zijn. Op Europees niveau, waar anti-huisdierorganisaties pleiten voor een EU-brede positievenlijst, schrijft de wet voor dat zo’n lijst eerlijk moet zijn en gebaseerd op wetenschappelijke criteria – iets waar voorstanders van positievenlijsten structureel moeite mee hebben.
Ondanks de claims van lobbyisten bestaat er geen bewijs dat positievenlijsten tot betere uitkomsten leiden, en bij het opstellen van toegestane soortenlijsten ontbreekt het ernstig aan wetenschappelijke zorgvuldigheid. Beslissingen over welke soorten worden toegestaan of verboden zijn vaak ideologisch gedreven en slecht onderbouwd, wat leidt tot wetgeving zonder wetenschappelijke basis en tot regulering die in de praktijk niet handhaafbaar is. Zoals dr. Singheiser opmerkt:
‘Een solide wetenschappelijke basis waarop een positievenlijst kan worden gebouwd, ontbreekt.’
Zorgen over regulering en handhaving
Zelfs de beste wetten falen wanneer de handhaving tekortschiet, en dat is in veel EU-lidstaten de realiteit. Autoriteiten beschikken daar vaak niet over voldoende personeel of expertise om bestaande wetgeving te handhaven – laat staan een nog zwaardere positievenlijstwet.
België vormt een duidelijk voorbeeld van hoe handhavingsproblemen positievenlijsten ineffectief maken. Hoewel er in het Vlaamse gewest een positievenlijst geldt, worden verboden soorten nog steeds openlijk gehouden, onder het oog van de autoriteiten. Handhavend optreden tegen eigenaren van illegaal gehouden dieren is zeldzaam. Er vinden geen inbeslagnames plaats en er zijn geen pogingen om dieren te registreren of hun verzorging te reguleren, waardoor de positievenlijst onuitvoerbaar en tandeloos blijft.
Volgens dr. Singheiser zou een betere handhaving van bestaande regels veel meer opleveren dan het invoeren van een nieuwe laag beperkingen.
‘Het probleem is niet een gebrek aan wetten,’ zegt hij. ‘Het probleem is een gebrek aan handhaving. Een positievenlijst maakt iets niet “extra illegaal”. Slechte actoren blijven zich slecht gedragen. Het enige verschil is dat verantwoordelijke houders onterecht worden gestraft.’
EU-rechtelijk protocol
Het EU-recht vereist dat bij regulering de minst beperkende maatregel wordt toegepast. Een positievenlijst is niet de minst beperkende optie. Als bestaande maatregelen, mits goed gehandhaafd, welzijns-, natuur- en veiligheidsproblemen kunnen aanpakken, dan is een sterk beperkende positievenlijst onevenredig.
Openbare veiligheid en zoönosen
Voorstanders van positievenlijsten beweren vaak dat deze lijsten helpen bij het voorkomen van de overdracht van zoönotische ziekten, maar het beschikbare bewijs ondersteunt dit niet. De meeste ernstige zoönosen zijn gekoppeld aan zoogdieren en vogels (zoals vogelgriep en Afrikaanse varkenspest), en niet aan reptielen, die juist vaak het doelwit zijn van positievenlijstbeperkingen. De meeste houders begrijpen dat het zoönotische risico bij reptielen voornamelijk beperkt is tot Salmonella, een goed begrepen en beheersbaar risico.
Daarnaast bestaan er in het grootste deel van de wereld al sterke regelgevingskaders voor de aanpak van zoönotische ziekten, en een positievenlijst zou geen zinvolle extra bescherming bieden. Voor werkelijk gevaarlijke soorten zou een gerichter instrument veel logischer zijn.
Hetzelfde geldt voor argumenten die positievenlijsten willen gebruiken om het publiek te beschermen tegen gevaarlijke dieren. Hoewel het risico volgens beschikbare gegevens verwaarloosbaar en al goed beheerst lijkt, stelt dr. Singheiser dat, als gevaar een zorg is, de beproefde negatieve-lijstwetgeving in veel delen van de wereld effectief is gebleken. In zo’n systeem vereisen specifieke hoog-risicosoorten aantoonbare expertise en passende veiligheidsmaatregelen. Deze gerichte aanpak richt zich op daadwerkelijk risico, in plaats van ongevaarlijke soorten te beperken die geen verband houden met bedreigingen voor de openbare veiligheid.
100 procent
succesvolle regulering
In het Verenigd Koninkrijk is de Dangerous Wild Animals Act sinds 1976 van kracht. Sindsdien is geen enkel lid van het publiek verwond of gedood door een dier dat onder deze wet valt, wat de DWAA tot een van de meest succesvolle (en waarschijnlijk unieke) wetten ter wereld maakt.
Impact op de wetenschap
Positievenlijsten dreigen ook waardevolle wetenschappelijke kennis te beperken. Veel van wat bekend is over kleine niet-gedomesticeerde soorten is afkomstig van particuliere houders met jarenlange ervaring. Hun werk verschijnt in wetenschappelijke literatuur, gespecialiseerde tijdschriften en boeken, en deze collectieve kennis heeft geleid tot baanbrekende vooruitgang op het gebied van welzijn, huisvesting en voortplanting – vooral bij zeldzame of weinig bestudeerde soorten. Dr. Singheiser benadrukt dit punt:
‘Als er een positievenlijst zou komen, zou al deze kennis verdwijnen.’
Veel professionals die nu werkzaam zijn in dierentuinen en natuurbeschermingsonderzoek zijn begonnen als particuliere houders. Het afsluiten van die instroom zal de expertise in deze sectoren verminderen. Het Duitse Citizen Conservation-project is slechts één voorbeeld van samenwerking tussen dierentuinen en particuliere kwekers, en de talloze soorten die onder menselijke zorg worden gehouden functioneren als een levende ark wanneer wilde populaties en hun leefgebieden verdwijnen. Het beperken van particulier houderschap dreigt deze kleinschalige maar essentiële natuurbeschermingsinitiatieven te ontmantelen.
Schade aan natuurbehoud
Soorten worden soms verboden enkel omdat zij in het wild bedreigd zijn, ondanks dat zij onder verantwoord menselijk beheer goed gedijen. Deze kloof kan natuurbescherming ondermijnen in plaats van ondersteunen. Dr. Singheiser waarschuwt:
‘Soorten die al tientallen jaren onder menselijke zorg worden gehouden en gefokt, kunnen verboden worden zodra een positievenlijst wordt ingevoerd. Dat is niet bevorderlijk voor dierenwelzijn of soortenbehoud.’
Dierenwelzijn en herplaatsing
Of we nu kijken naar honden, katten, grasparkieten of baardagamen: welzijnsproblemen komen voor bij alle huisdieren. Hoewel we moeten streven naar het verminderen van deze problemen, is het onrealistisch te denken dat ze volledig kunnen worden geëlimineerd. Voor reptielen, amfibieën en andere taxa bestaan geen gegevens over de omvang van welzijnsproblemen, waardoor vergelijking met traditionele huisdieren onmogelijk is. Wat we wél weten, is dat het beschikbare bewijs niet aantoont dat positievenlijsten welzijnsproblemen oplossen.
Het Duitse Exopet-onderzoek analyseerde welzijnsproblemen bij verschillende taxa en concludeerde dat de ernstigste welzijnsproblemen doorgaans niet voorkwamen bij zeldzame of uitdagende soorten die waarschijnlijk door een positievenlijst verboden zouden worden. De slechtste uitkomsten werden juist gezien bij de meest voorkomende soorten, die door grote aantallen eigenaren worden gehouden. Meer gespecialiseerde soorten deden het beter, vooral omdat hun houders beter geïnformeerd, beter getraind en ervaren waren.
Het gevaar bestaat dat een positievenlijst het welzijn verslechtert door goed verzorgde soorten uit beeld te laten verdwijnen, terwijl gangbare maar risicovollere soorten ongemoeid blijven.
Een bijkomend probleem is herplaatsing. Tot op heden is niet duidelijk wat er moet gebeuren met dieren die vóór de invoering van een positievenlijst legaal werden gehouden maar niet op de lijst staan. Langlevende soorten zoals landschildpadden en waterschildpadden zijn bijzonder moeilijk te herplaatsen, terwijl opvangcentra in heel Europa al overvol zijn. Een positievenlijst zou de vraag naar verboden soorten doen verdwijnen en zo een herplaatsingscrisis veroorzaken die rampzalig is voor het dierenwelzijn. Opvallend genoeg lijkt dit probleem grotendeels genegeerd te worden door voorstanders van de positievenlijst, ondanks hun bewering dat dierenwelzijn prioriteit heeft.
Dus, wat is de oplossing?
BNA pleit voor gerichte maatregelen in plaats van algemene verboden. Voor dierenwelzijn ligt de prioriteit bij betere educatie van huidige en toekomstige houders. Mensen moeten de behoeften van de soort die zij willen houden begrijpen en bereid zijn daaraan te voldoen gedurende de volledige levensduur van het dier.
Voor natuurbescherming vraagt BNA om betere gegevensverzameling. Veel beschermde soorten worden succesvol gefokt door bekwame particuliere houders. Het bundelen van die informatie zou kunnen leiden tot een gedetailleerd, wereldwijd stamboek dat particuliere bijdragen aan natuurbescherming erkent en versterkt.
Voor invasieve uitheemse soorten sluit voorlichting over het voorkomen van ontsnapping aan bij bestaande EU-wetgeving en voorkomt het dat verantwoordelijke houders worden gestraft.
Het beheer van zoönotische ziekten zou zich moeten richten op hygiëne, vroege herkenning van ziekte en samenwerking met dierenartsen. Het trainen van houders om gezondheidsproblemen te herkennen is veel effectiever dan vertrouwen op soortenlijsten die geen reële ziekterisico’s weerspiegelen.
Ten slotte kan de problematiek rond gevaarlijke dieren worden aangepakt via een negatieve lijst, waarbij gekwalificeerde houders bepaalde soorten mogen houden onder vastgestelde voorwaarden. Deze aanpak richt zich op echte risico’s zonder verantwoord dierenhouden te ondermijnen.
Wat nu?
De drang naar positievenlijsten is gebaseerd op ideologie, niet op bewijs, en de resultaten in landen waar zij zijn ingevoerd zijn op zijn best teleurstellend. Van handhavingsproblemen tot welzijnsrisico’s en mogelijke schade aan natuurbescherming: deze lijsten creëren meer problemen dan zij oplossen. Waar positievenlijsten bestaan, worden verantwoordelijke houders geconfronteerd met draconische beperkingen, gaat waardevolle kennis verloren en blijven dieren achter in onzekere en onveilige omstandigheden. In plaats van een oplossing te zijn, dreigen deze maatregelen juist de problemen te verergeren die zij zeggen aan te pakken.
In plaats van algemene verboden biedt een gerichte, wetenschappelijk onderbouwde aanpak echte resultaten. Iedereen die om dieren geeft, zou samen moeten werken om zich te verzetten tegen voorstellen voor positievenlijsten. Meer dan ooit moeten dierenhouders en bedrijven een verenigd en vastberaden front vormen. Onze dieren zijn van ons afhankelijk.
Bescherm je huisdieren
Zeg NEE tegen schadelijke positievenlijsten
Meer weten over positievenlijsten
Wil je meer artikelen zoals dit lezen en ons gratis digitale magazine ontvangen?
Word vandaag nog lid van RRK